Doorgaan naar hoofdcontent

Posts

Van onze verslaggever

Mijn bescheiden carrière als verslaggever kwam in 1983 vanuit het niets in mijn schoot vallen. Een kennis van mij schreef recensies voor het plaatselijk nieuwsblad Ede-Stad van de bandjes die optraden in jongerencentrum Oktopus. De beste man was echter ontevreden over het feit dat de hoofdredacteur het waagde zijn stukken voor publicatie geschikt te maken en vroeg of ik geen interesse had om het van hem over te nemen. Waarom hij dat uitgerekend mij vroeg was een raadsel: misschien speelde mee dat ik een bril droeg en derhalve intellectueel. Eindstand was dat ik er wel oren naar had. Eerst even over Oktopus: iedere rechtgeaarde Edenaar waarschuwde in die dagen zijn of haar kinderschare voor de verderfelijke invloed van dit alternatieve uitgaanscentrum. Het gerucht ging dat er uitsluitend hippies kwamen en er zelfs drugs werden gebruikt. De vrije seks kon dan ook niet ver weg zijn en in het behoudende heidedorp deed men niet aan die viezigheid. Kortom: allemaal redenen om daar als jong...

Mannengriep

Als ik ergens een hekel aan heb op Facebook zijn het de ongevraagde meldingen van vrienden als ze iets mankeren ("...vanochtend waren de aambeien alweer groter!”, gevolgd door 180 likes) maar in dit geval gaat het om iets echt afschuwelijks, en wel De Mannengriep. Ik vond het al zo vreemd: heel Nederland liep te snotteren terwijl ik in relatieve gezondheid door het leven huppelde. Maar ik kan u meedelen dat de man met de hamer vorige week ook mijn deur heeft ingeslagen dus ik hoef me niet meer buitengesloten te voelen. Als ik gierende griepvirusjes in mijn lijf heb moet ik niets doen waar enige hand-oog coördinatie bij gewenst is: eigenlijk kan ik alleen als een aardappelzak op de bank hangen en met tranen in mijn ogen mijmeren over mijn onvermijdelijke sterfelijkheid. Dat stelde mij wel in staat om veel tv te kijken en met het verkiezingscircus in full-swing was er veel te genieten. Bovendien ben ik een zwevende kiezer: ik kom er maar niet uit op wie ik moet stemmen 15 maart ...

"Vaak ben je te bang..."

“Vaak ben je te bang!” Sommige opmerkingen wil je niet horen van een chauffeur en al helemaal niet tijdens een inhaalmanoeuvre op een bergweg. Evengoed heb ik geen keus want ik ben slechts inzittende en zodoende overgeleverd aan de grillen van de mensen die wel mogen rijden. Het loopt goed af, waarmee de waarheid van dit credo maar weer eens is bewezen. Uitzicht op de Kresna kloof, Bulgarije 2014 Decor is het ruige zuidwesten van Bulgarije, oktober 2014. We zijn met vijf mannen onderweg naar de Kresna Kloof in het Pirigebergte (wie kent het niet?). Het vormt het onderzoeksgebied voor zoon Milos en studiegenoot Hans. Zij lopen een half jaar stage bij natuurbeschermingsorganisatie FFWF die probeert de vale gier weer terug te laten keren in dit gebied. Die gieren kunnen ook niks zelf, stelletje loservogels. In het Bulgaars barrel bevinden zich zoon Milos, zijn beste vrienden Steve en Piet en twee ouwe lullen, te weten Erik Lenderink en onderhavige contractant. De autoraampjes hebb...

Toverfluit

Ik ben opgegroeid met klassieke muziek. Mijn vader was een liefhebber en op de zondagochtenden dat we nog het gezin Van Leest vormden kon ik bij het ontwaken vanuit mijn bed al bepalen hoe de vlag er stemmingtechnisch bij hing. Een hoornconcert van Mozart betekende: niet om over naar huis te schrijven. Zo zou die ouwe het zelf hebben geformuleerd. Ik zou zijn bui liever omschrijven als chaggerijnig en de rest van de zondag zou het regenen en op z'n best tenenkrommend saai zijn. Ongewild kreeg ik thuis veel klassieke muziek mee maar naarmate ik opgroeide, mijn ouders scheidden en pa op zichzelf ging wonen, veranderde de playlist in ons gebroken gezinnetje in Gematigd Modern. The Dubliners, The Beatles, The Eagles, ELO, Steely Dan, jazzrock en dixieland... Dat laatste was geen onverdeeld genoegen maar mijn moeder werd er blij van dus wie was ik om te gaan lopen zeiken? Alles beter dan een hoornconcert op zondagochtend. Tom Hulce als Mozart in "Amadeus" uit 1984 va...

Rock 'n Roll, vol. 1

Op een zaterdagochtend begin jaren '70 had ik een openbaring. Onder de douche bedacht ik dat ik popster wilde worden. De voordelen leken eindeloos: onbeperkt aandacht, lekkere wijven, sloten met geld en ondertussen nog wat van de wereld zien! Dat leek me wel wat. Fatal flaw in het plan was dat ik geen stoer instrument speelde. De klarinet bleef een rare toeter en de laatste hits die met zo'n geval waren gemaakt stamden uit de tijd van Mozart. Ook populaire nummers waarin een prominente rol voor de blokfluit was weggelegd - waarop mijn broer en ik behoorlijk virtuoos konden spelen - kwamen niet voor in de Top 40. Zowel mijn broer Jules als ik wilden niet lullig doen toen mijn moeder aangaf het een goed idee te vinden als wij de fucking klarinet gingen leren spelen na het behalen van ons diploma Algemene Muzikale Vorming. Jules haakte al snel af want werd fysiek onpasselijk als hij op dat ding moest blazen. Ik snapte hem wel. Onder zachte dwang van een pistool in mijn nek ben...

Rock 'n Roll, vol. 2

Toen ik eenmaal de grondbeginselen van het drummen onder de knie meende te hebben werd het tijd om een band te beginnen. Met Marno en Ferry op gitaar en Arie op bas oefenden we in de kelder bij Marno thuis met onze nog naamloze groep. De eerste opnames die we maakten liet ik trots aan mijn vader horen. Die vroeg zich opgeruimd af of we nog aan het stemmen waren en daarna of er een nieuwe ziekte was uitgebroken. Een van onze eerste optredens was in fucking Leersum. Waar anders dan in dit dorpje, dat moedig weerstand biedt tegen iedere vorm van vooruitgang, zou de David Cassidy Fanclubdag gehouden moeten worden? Voor de kinderen onder ons: zanger David Cassidy was de natte droom van bakvissen in de vroege jaren '70. Persoonlijk leek hij me nogal gay maar dat zal jaloezie van mijn kant zijn geweest. De oudere zussen van Ferry en Marno, Roos en Ginette, zaten in de directie van de Dutch David Cassidy Fanclub en de vraag aan ons was of wij het leuk vonden om de fanclubdag op te luis...

Happy camping!

Als 15-jarig bleekneusje uit het tegenwoordige kalifaat Ede-Veldhuizen werd ik in 1976 door vriend Marno uitgenodigd om mee te gaan op vakantie naar Groot-Britannië. De frisse lucht zou me goed doen, iets in die geest. De vijfweekse veldtocht per camper zou ons dwars door Engeland, Wales en Zuid-Schotland voeren om uiteindelijk te eindigen met een paar dagen hotel in Londen. Op de presentielijst: Marno’s vader Ton (geschiedenisleraar en tevens reisleider), diens vriendin Hennie (student geschiedenis en navigator), Marno’s oudere zus Ginette en haar vriend Ben. Voor de weerpsychopaten onder ons: 1976 was één van de warmste zomers ever in Engeland. Het beeld dat ik toen had van de eilanden was naargeestig: beregende straten, gekookt vlees, mist, bleke mensen en bierglazen van bijbelse proporties (dat dan weer wel). Eenmaal abroad viel de praktijk alleszins mee: we trapten af met een aaneengesloten hittegolf van drie weken. Opgewonden over het komende avontuur deed ik geen oog dicht t...