Doorgaan naar hoofdcontent

Tempo de cachorro

Omdat Nederland in de greep is van de Siberische Beer (zoals een hysterische weerman het vorstinvalletje van dit moment noemt) zijn Gemma en ik vanochtend fijn een stukje naar de Portugese Algarve gevlogen. Geen zin in dat eeuwige elfstedengeouwehoer en gevoelstemperatuurgeneuzel. Vanochtend appt Joyce, het dappere nichtje van Gemma, dat ze bij 30 graden vorst aan het snowboarden is op één of andere vrieskisthelling in fucking Oostenrijk. Dat is pas koud, lijkt mij.

Remains of the day
Maar goed: karma is a bitch, want het weer houdt hier niet over. Het dooit weliswaar flink, maar de gestaag neerdenderende lauwe regen is toch ook weer niet een onverdeeld genoegen. “Vanochtend scheen de zon nog!”, appt importlocal Aart. Hij is duidelijk ontdaan dat we slecht weer hebben meegenomen. “De hele winter is het hier prachtig geweest!”. De volgende keer nemen we weer gewoon drop en frikandellen mee.

De rayonhoofden van Fuseta zijn al sinds de laatste ijstijd niet meer in actie gekomen. Die zitten zoals altijd stoïcijns onder een waterdicht zonnescherm van een terras de chaggerijnige toeristen te observeren. Wat doe je in godsnaam als het kutweer is en je hebt alleen wat summiere winterkleding bij je voor als je je auto weer moet opsnorren op Eindhoven AirPort? Port drinken, dus. Dat kan goedkoop hiero, en met de houtkachel in Casa Marijke (onze onvolprezen uitvalsbasis in de Algarve) op standje 40 wordt het nog gezellig ook. En we hebben Nederlandse tv: Mies Bouwman dood, de Nederlandse olympiërs gehuldigd en baby Hannah ongedeerd teruggevonden. We zijn er echt even uit.

Reacties

Populaire posts van deze blog

 Wazige Dagen De onnavolgbare logica van pubers: wie is er niet groot mee geworden? Zo besloot ik op mijn 16e dat het vet was om te gaan experimenteren met drugs. Een vriend van mij rookte toevallig wel eens een jointje dus dat kwam mooi uit. Eigenlijk was ik als de dood voor geestverruimende avonturen maar daar wilde ik me overheen zetten omdat ik de lifestyle wilde omarmen die het onvermijdelijke sterrendom van zo’n getalenteerd en vooral bescheiden jochie als ik met zich meebrengt. Bovendien hadden ter zake kundige gebruikers uit mijn periferie mij verzekerd dat je er geen kaboutertjes of rare kleuren van ging zien. Dat was een hele geruststelling. De jaren daarvoor had ik diverse pogingen gewaagd de mensheid ervan te overtuigen dat ik toe was aan het grote werk. Ik herinner mij het halfvolle blikje pislauwe bier dat ik dronk tijdens zomerkamp in Holten: een - ik mag wel zeggen - uitzonderlijk stoere gebeurtenis die helaas eindigde in kamerbreed overgeven. Ook mijn verkering was...

Rothuis

De enige keer dat het gezin Van Leest op stand heeft gewoond, vond mijn vader het maar niks. “Dat rothuis! Dat hele rothuis!”, beklaagde hij zich enige maanden na de verhuizing.  In 1969 betrokken we het vrijstaande pand uit 1937, met de enigszins sinistere naam Ledicoma, aan de Bergstraat in Ede. Later leerden we dat de naam gevormd werd door de twee beginletters van de vier kinderen van de eerste eigenaar: Leendert, Dirk, Coby en Marietje. En haters maar beweren dat men niet crea is in Ede.  Waarom pa zijn sterke bedenkingen had tegen het huis vonden mijn broer Jules, mijn moeder en ik onduidelijk. Daarvoor hadden we uitsluitend gewoond in zwierige Sovjetstyle-flats of arbeiderswoninkjes zoals je - behalve in Ede - alleen aantreft in de meest naargeestige veengebieden van fucking Drenthe.  Ik begreep wel dat ons nieuwe huis met minimale inspanning van de gemeente (het was immers een dienstwoning) was opgeknapt en inderdaad: je zag de oude behangresten door de nieuwe ban...

A Muzungu abroad

Van alle landen die niet op mijn bucketlist voorkomen was Oeganda er ook één. Ik kende het oppervlakkig dankzij het horror regime van de geschifte jaren ’70 dictator Idi Amin en één film: “The Raid on Entebbe”, over een heroïsche bevrijdingsactie van gegijzelde vliegtuigpassagiers op het vliegveld bij de hoofdstad Kampala. Ik wist genoeg: camping Het Lorkenbos in Otterlo leek me avontuurlijk genoeg. Mijn zoon Milos denkt anders over exotische oorden. Als 4e jaars student aan de Landbouw Hogeschool in Wageningen doet hij samen met klasgenoot Jua Dai een vier maanden durend afstudeeronderzoek in Oeganda. Hun uitvalsbasis is de provinciestad Arua, gelegen op een steenworp afstand van de grens met Congo. Tik “Congo” in op de site van Buitenlandse Zaken en de alarmbellen gaan af: Code Rood, en dan gaat het niet over de kans op ijzel. Het grensgebied met Oeganda is politiek onstabiel als gevolg van burgeroorlogen en andere ellende. Tegenwoordig is het er relatief rustig dankzij de aanwezig...