Doorgaan naar hoofdcontent

Posts

Welkom op mijn blog! Net als iedereen maak ook ík wel eens wat mee. Daarnaast heb ik een mening en daar val ik graag mijn omgeving mee lastig. Allemaal uitstekende redenen om een blog bij te houden, leek me. Ik hoop dat u net zoveel plezier bij het lezen heeft, als ik heb bij het schrijven er van.
 Wazige Dagen De onnavolgbare logica van pubers: wie is er niet groot mee geworden? Zo besloot ik op mijn 16e dat het vet was om te gaan experimenteren met drugs. Een vriend van mij rookte toevallig wel eens een jointje dus dat kwam mooi uit. Eigenlijk was ik als de dood voor geestverruimende avonturen maar daar wilde ik me overheen zetten omdat ik de lifestyle wilde omarmen die het onvermijdelijke sterrendom van zo’n getalenteerd en vooral bescheiden jochie als ik met zich meebrengt. Bovendien hadden ter zake kundige gebruikers uit mijn periferie mij verzekerd dat je er geen kaboutertjes of rare kleuren van ging zien. Dat was een hele geruststelling. De jaren daarvoor had ik diverse pogingen gewaagd de mensheid ervan te overtuigen dat ik toe was aan het grote werk. Ik herinner mij het halfvolle blikje pislauwe bier dat ik dronk tijdens zomerkamp in Holten: een - ik mag wel zeggen - uitzonderlijk stoere gebeurtenis die helaas eindigde in kamerbreed overgeven. Ook mijn verkering was...

Lebensraum

Oranje dakpannen in de zon en vijftig tinten grijs van het grindpad. Dat is mijn eerste herinnering. Waarschijnlijk zat ik in de kinderwagen maar daar zijn de historici het nog niet helemaal over eens. De locatie kan niet anders zijn geweest dan mijn geboortehuis aan de Laan 1948 in Ede. Een arbeidershuisje - en iets zegt me in 1948 gebouwd - voor de werknemers van de nabijgelegen ENKA Kunstzijdefabriek. Op zaterdagmiddag 10 december 1960 kwam ik hier ter wereld als tweede zoon van Toos van Oers en Ad van Leest. Mijn broertje Jules was inmiddels al een ouwe vent van twee en een half. Met al dat kroost werd het tijd dat opa Van Leest (die bij ons inwoonde) verkaste naar het één straat verderop gelegen bejaardentehuis Sint-Barbara. Mijn ouders waren zijn genuil ook wel een beetje zat (“Laat mij maar alleen sterven hier…”, als ze op zaterdagavond lekker een potje gingen dansen in De Witte Hinde). In het bejaardentehuis kon hij tenminste biljarten en ouwehoeren met de medebewoners en lie...

Keihard kleuteren

Ergens eind 1964 was het moment gekomen dat ik naar de kleuterschool mocht. Het verplichte middagslaapje, de grenzeloze verveling: het hing me enorm de keel uit: ik was klaar voor het serieuze werk. Kleuterjuf Ranshuizen (gezellige naam, overigens) was een vrouw op leeftijd, dus waarschijnlijk zal ze achter in de 30 zijn geweest. Als 4 jarige lijkt iedereen boven de 10 een oud beest en eerlijk gezegd heb ik nog steeds moeite met het schatten van leeftijden. Juf Ranshuizen echter kon je er goed bij hebben. Ik vond het alleen een beetje vreemd dat ze een prullenbak als hoed droeg. In de school stonden prullenbakken van gevlochten sisal-shit, en haar hoed leek daar verdacht veel op. Modebewust ben ik nooit geweest.  Wel vond ik het erg gezellig met al die medekoters. Bovendien had het schooltje de complete serie van De Gouden Boekjes. Mijn favoriet was De Vijf Brandweermannetjes. Op die leeftijd wilde ik, net als 99% van mijn mannelijke mededreumesen, ook brandweerman worden. Het conc...

De Zorroclub

Begin jaren '70 waren mijn broer en ik vooral druk met dingen die je doet als jongetje, in onwetende afwachting van de tijd dat de hormonen het overnemen en meisjes interessant worden. De kitschzwaarden die mijn ouders meenamen als souvenir uit het verre Spanje kwamen dan ook uitstekend van pas in verband met onze nieuw opgerichte Zorro Club. We wilden goed bewapend zijn als we het onrecht in onze wijk op efficiënte wijze wilden bestrijden. Niet dat er veel onrecht was want we woonden aan de rustige Bergstraat en dat was al aardig richting Edese goudkust. De directie van de Zorroclub op werkbezoek in Brugge, 1967 We kozen Zorro als rolmodel omdat hij stoer kon vechten en we hoopten dat we, met onze maskers op, er net zo dashing uitzagen als Guy Williams. En ondanks dat meisjes over het algemeen stom waren wilden we eigenlijk later ook net zo'n lekkere vriendin als De Vos, AKA El Zorro. Dat m'n ouders de metalen zwaardjes konden meenemen in het vliegtuig is nu nie...

Modekwartiertje

Ondanks al mijn pretenties kan men mij moeilijk verwijten een stijlicoon te zijn. Ik woon dan wel in het überhippe Arnhemse Modekwartier maar mijn kledingkeuze, haardracht en vrijwel niet aanwezige mode-accessoires zou ik omschrijven als voorzichtig conservatief. In mijn financieel gouden jaren mocht ik graag spijkerbroeken kopen van meer dan 200 euro, of een lollig vestje aanschaffen (geweven van de wol van één of ander harig Andesbeest) voor een bedrag waarvan ik tegenwoordig een kwartaal moet eten. Maar ook toen was de keus stylistisch behoudend. Laten we het er op houden dat ik weinig oog heb voor modieuze zaken. Mijn lieve moeder - daar is ze weer - was een enthousiast zelfmaakmode-type in de jaren '60 en '70. De synthetische truien die ze voor ons breide waren een feest voor het oog: knaloranje, lekker strak om de hals, de mouwen tot halverwege de ellebogen afgemeten en als je de trui uittrok (wat aanvoelde als een wedergeboorte) stonden m'n haren gegarandeerd rec...

Rothuis

De enige keer dat het gezin Van Leest op stand heeft gewoond, vond mijn vader het maar niks. “Dat rothuis! Dat hele rothuis!”, beklaagde hij zich enige maanden na de verhuizing.  In 1969 betrokken we het vrijstaande pand uit 1937, met de enigszins sinistere naam Ledicoma, aan de Bergstraat in Ede. Later leerden we dat de naam gevormd werd door de twee beginletters van de vier kinderen van de eerste eigenaar: Leendert, Dirk, Coby en Marietje. En haters maar beweren dat men niet crea is in Ede.  Waarom pa zijn sterke bedenkingen had tegen het huis vonden mijn broer Jules, mijn moeder en ik onduidelijk. Daarvoor hadden we uitsluitend gewoond in zwierige Sovjetstyle-flats of arbeiderswoninkjes zoals je - behalve in Ede - alleen aantreft in de meest naargeestige veengebieden van fucking Drenthe.  Ik begreep wel dat ons nieuwe huis met minimale inspanning van de gemeente (het was immers een dienstwoning) was opgeknapt en inderdaad: je zag de oude behangresten door de nieuwe ban...

Vooruitgang

Ik snap het heus wel: vooruitgang is onvermijdelijk. Anders zouden we nu nog aan de builenpest sterven of heideplaggen vreten. In mijn geboortedorp Ede echter had het wel een tandje minder gemogen. De eerste drie decennia van mijn leven heb ik doorgebracht in Ede. Gedurende die tijd beviel het idyllische heidedorp op de Veluwe me prima maar dat schijnt vrij normaal te zijn als je geen vergelijkingsmateriaal hebt. Het dorp is al lang niet meer idyllisch want het lijdt nog steeds onder de vooruitgangsdrift die in de tweede helft van de jaren zestig is ingezet onder de codenaam Kernplan Ede. Insteek tot het grootschalige plan was het vooruitzicht van een grote toestroom van nieuwe bewoners die afkwamen op de gunstige geografische ligging. Waarom uitgerekend Ede - dat inmiddels verworden is tot het Almere van de Veluwe - zonodig het meest hyperactieve jongetje van de planologische klas moest worden zal wel altijd een raadsel blijven. Ik dacht dat ik mijn ergernis over de kaalslag wel z...

Ivoren Wachters 2.0

Goed Onderhoud is het credo als het gaat om onze tanden: serieus poetsen en regelmatig tandartsbezoek wordt er dan ook vroeg ingeramd bij den Nederlandsche jeugd. Bij mij, de onnozele, kwam die boodschap kennelijk niet helemaal over. Hoewel ik als kind blijmoedig mijn tanden poetste zat er zo rond mijn 17e al een karrenvracht aan amalgaam in mijn gebit. Mijn afgewogen dieet in die dagen (dat voor een te groot deel bestond uit cola en speculaas) heeft er ongetwijfeld toe bijgedragen dat er eigenlijk niet echt tegenaan viel te poetsen. En net als menig ander kind scheet ik in mijn broek voor de tandarts. Het eerste wat ik dan ook deed toen ik op mijn 18e op kamers ging was mijn halfjaars controle wegbezuinigen. Ook ging ik per direct van school waardoor ik de tijd kreeg een gedegen onderzoek op te starten naar de schadelijke gevolgen van hasj en coke (lees: https://vincentvanleest.blogspot.com/2017/06/wazige-dagen.html ). Kortom, zelfdestructie werd gedurende een jaar of vier mijn leve...

Butterfingers

In verband met het Nationale Hitteplan zijn Gemma en ik, haar zonen Boris en Sam en mijn zoon Milos, afgereisd naar het precies 1 graad koelere Toscane. Wij gaan de hittegolf lekker uitzitten in Villa Tartufaia, in de heuvels van Toscane, nabij Arezzo. De hel die La Tartufaia heet... Les 1 voor alle telefoonverslaafde toeristen: neem nooit je mobiel mee naar het zwembad. Misschien geldt het alleen voor mij, want Butterfingers Van Leest liet de zijne feilloos in de plomp lazeren. Enfin: drie dagen later, als ik mijn iPhone al 72 uur in een bak met cheap-ass droge rijst heb begraven om het vocht er aan te onttrekken, komt de wonderbaarlijke wederopstanding van mijn telefoon. Het griezelige is dat-ie nu beter functioneert dan voorheen. God’s wegen zijn wonderbaarlijk en ondoorgrondelijk. Mij hoor je evengoed niet klagen. Mijn broer Jules had me er al voor gewaarschuwd: Toscane is overweldigend mooi. Je kan geen haarspeldbocht passeren of er komt een nog mooier uitzicht. Veel wild ...

Back to the frituur

Broer Jules en ik hebben goeie herinneringen aan onze roadtrips van vroeger. Tuurlijk waren er wel eens incidentjes van relationele aard (ik noem een bergweg in de Franse Alpen waar ik enige tijd chaggerijnig heb wortel geschoten nadat ik uit de auto was gezet vanwege een opmerking over zijn sportieve rijstijl) maar de goede vibes overheersen onmiskenbaar. Waar het kennelijk ooit begonnen is, kwa Van Leesten Jules’ zoon Oscar en mijn zoon Milos zijn opgegroeid met onze sterke verhalen over deze trips. In het kader van een stukje extended opvoeding (de zoontjes zijn inmiddels 23 en 32) lag een roadtrip met ons vieren dan ook voor de hand. De keus viel op het Vlaamse Mechelen. Het is een handzaam stadje met een lange geschiedenis en veel oogverblindende ouwe gebouwen). Ook de Sint-Romboutskathedraal mag er zijn, hoewel de toren nog wacht op een paar handige Polen die hem willen afbouwen. En het is een echte bierstad: een overweging die heus niet alleen de reden was dat we er heen ...

Tempo de cachorro

Omdat Nederland in de greep is van de Siberische Beer (zoals een hysterische weerman het vorstinvalletje van dit moment noemt) zijn Gemma en ik vanochtend fijn een stukje naar de Portugese Algarve gevlogen. Geen zin in dat eeuwige elfstedengeouwehoer en gevoelstemperatuurgeneuzel. Vanochtend appt Joyce, het dappere nichtje van Gemma, dat ze bij 30 graden vorst aan het snowboarden is op één of andere vrieskisthelling in fucking Oostenrijk. Dat is pas koud, lijkt mij. Remains of the day Maar goed: karma is a bitch, want het weer houdt hier niet over. Het dooit weliswaar flink, maar de gestaag neerdenderende lauwe regen is toch ook weer niet een onverdeeld genoegen. “Vanochtend scheen de zon nog!”, appt importlocal Aart. Hij is duidelijk ontdaan dat we slecht weer hebben meegenomen. “De hele winter is het hier prachtig geweest!”. De volgende keer nemen we weer gewoon drop en frikandellen mee. De rayonhoofden van Fuseta zijn al sinds de laatste ijstijd niet meer in actie gekomen. D...

Zonnekust

Vanochtend werd ik dankzij de Dienst Herinneringen van Facebook attent gemaakt op het feit dat ik precies twee jaar geleden in het Spaanse Malaga was. “Nou en?”, denkt u terecht. Echter: als chronisch aandachtsorgel zijnde heb ik de onbedwingbare neiging om mijn Andalusische overdenkingen met jullie te delen. Gemma en ik besloten begin 2016 dat er nodig wat vitamine D moest worden bijgetankt om de bleke winterwangen wat op te fleuren. Op naar Spanje dus en gelukkig deed de Zuid-Spaanse zonnekust ook in het holst van de winter van 2016 haar naam eer aan. Bovendien vielen we met onze feestneuzen in de boter. Malaga bleek veranderd in het Oeteldonk van Andalusië want het was carnaval! Dat betekent hordes verklede gezinnen op de straten en een spectaculaire lichtversiering over de gehele lengte van de Calle de Marqués de Larios (wie kent het niet?). Op het grote podium op de Place de la Consticiuon werd 's middags uitbundig Kindercarnaval gevierd. Groepen blagen, schattig verkleed ...

Winter is coming...

Van alle infantiele obsessies die ik heb is die voor sneeuw toch wel behoorlijk excentriek. Ik begin met deze ontboezeming omdat de sneeuwkoorts oploopt nu de meteorologen voor het komende weekeinde een aantal vlokken voorspellen. Code Rood Inmiddels ben ik op de leeftijd dat ik warm zomerweer prefereer: mijn ouwe botten functioneren nou eenmaal beter bij een graadje of 33. Toch kan ik enige opwinding niet ontkennen als die rooie weergod van het journaal een wondere witte wereld belooft. God mag weten waar die fascinatie vandaan komt. Ik hou het er maar op dat ik in mijn vorige leven waarschijnlijk een gezellige sneeuwpop ben geweest. Toch zal ik bijvoorbeeld niet snel op wintersport gaan. Hoewel ik louter vrolijke verhalen hoor van vrienden die in september al ongeduldig de dagen aftellen vooraleer ze weer aangeschoten van de zwarte piste kunnen afrollen, heeft deze tak van vermaak me nooit echt wat geleken (met uitzondering dan misschien van dat aangeschoten worden). Wat ...

Born to be sauvage…

Voorjaar 1983 wilde het toeval dat zowel mijn verkering als die van mijn broer Jules ongeveer op hetzelfde moment uitgingen. Na al het gemiezer van de maanden daarvoor wilden we om die reden allebei graag even de zinnen verzetten. Mijn broer stelde voor om weer zo’n gezellige roadtrip te gaan doen: dat hadden we twee jaar daarvoor ook gedaan en dat was ons uitstekend bevallen. Het concept van net zolang doorkarren totdat je de Middellandse Zee inrijdt was even simpel als uitdagend, zeker voor Edese jongens die niet veel gewend waren. In die jaren had Jules zijn zaken al goed voor elkaar: een baan, een fijne flat en een Alfa Giulia met notenhouten stuur. Ik was kunstacademiestudentje en het ontbrak mij aan de spreekwoordelijke nagel om mijn kont te krabben: mijn broer bood mij echter de gelegenheid om de tijdelijke treurigheid te ontvluchten. Jules was toen al wat verder gevorderd in het groots en meeslepend leven dan ik en hij had het briljante idee opgevat om - voordat we richt...

Bril

Op mijn zesde kreeg mijn zelfbeeld een gevoelige deuk nadat de schooldokter had vastgesteld dat mijn ogen niet up-to-scratch waren: ik moest aan de bril. Jeugdige vierogen werden in die tijd nog gewoon wijsneus of professor genoemd en zelfs met mijn primitieve esthetisch inslag stelde ik vast dat ik het geen sieraad voor mijn tronie vond. Bovendien: Ivanhoe droeg toch ook geen bril? Gelukkig vond mijn moeder het wel schattig, hoewel ik dat nauwelijks als een geruststelling ervoer. Het feest werd compleet toen twee weken later bleek dat mijn broer Jules ook slechte ogen had en vanaf dat moment waren we de brildragende broertjes. Ik voelde dat niet als gedeelde smart. Ik denk eerder dat ik rond die tijd het begrip “nerd” heb uitgevonden, maar wil me daar niet over op de borst kloppen natuurlijk. Een van de minder erge montuurkeuzes uit die tijd, kwa haar echter... Alles went, zelfs een bril. Uiteindelijk zag ik dat er ook heus wel coole brildragers waren: John Lennon, mijn Fey...

In Dublin's fair city

Mijn moeder is dol op Ierland. Waar die fascinatie vandaan komt is geleerden nog een raadsel maar het feit ligt er. Mijn broer en ik zijn dan ook opgegroeid met muziek van The Dubliners: een stelletje luidruchtige harige mannen met een banjo die zingen over whisky, Wild Rovers en nog meer whisky. Niet echt waar ik op zat te wachten als puber, maar goed: mijn broer en ik beheerden de pick-up in Huize Van Leest tot onze spijt niet alleen. Een aantal jaren na de scheiding van mijn ouders besloot ma dat ze in haar eentje op vakantie wilde naar Ierland. Er was akelig weinig vakantiebudget maar -in tegenstelling tot onderhavige contractant- hield ze een nauwkeurige administratie bij en had ze letterlijk tot op de penny berekend wat ze daar kon stukslaan. Als ik me goed herinner lag het dagbudget rond de 12 gulden. Doortastend en charmant als ze is sloeg ze eenmaal ter plaatse een native aan de haak. Hoewel onze dappere moeder niet gehinderd werd door al te veel kennis van het Engels bleek ...

Zondagochtend in Fuseta

Op het centrale pleintje drinken we goeie koffie zonder hipsterflauwekul terwijl Gemma en ik de Portugese grijze golf gade slaan. Twee opa’s van minstens 145 jaar ieder bekijken routineus de voorbijlopende toeristen. Af en toe wordt er iets gemompeld totdat een geriatrische gabber van ze aan komt kachelen op zijn scootmobiel en zich bij hen voegt. Na een korte begroeting valt het gesprek tussen de drie stil en wordt er voornamelijk in de leegte gestaard. Ik schat dat Senhor Scootmobiel nog zo'n 10 procent van zijn eigen tanden in zijn mond heeft maar hij maakt dit meer dan goed met een indrukwekkend gevalletje struma. Lichamelijk ongemak van anderen werkt nooit bevordelijk op mijn eetlust dus leg mijn broodje kaas nog even terzijde. Fuseta ligt een kleine kilometer of 20 ten oosten van Faro en dat is het onaangeharkte deel van de Algarve. In dit "afvoerputje van Europa", zoals onze gastheer en importlocal Don Arturo Van Amerongen deze streek omschrijft, zijn de stranden...

Oud gedrag

Ooit, toen ik nog een jongeling was "mit lockigem Haar", bleek een leuk meiske uit een andere klas geïnteresseerd in mij. Voor haar 14 jaar was ze behoorlijk streetwise, in ieder geval wat roken betreft. Ik had nog nooit een sigaret (laat staan een meisje) aangeraakt maar vond dat ik nu niet kon verzaken en heb toen voor het eerst van m’n leven een peuk gerookt. Alles voor de liefde, nietwaar? Het meisje zelf bepotelen durfde ik als bleue 14-jarige nog niet. Tijdens mijn nicotine-doop rookte ik niet over m’n longen want ik had gehoord dat je daarvan in je broek ging pissen. Dat leek me geen goeie binnenkomer voor een eerste date. Het zou flauw van me zijn om dat arme schaap de schuld te geven van mijn uiteindelijke rookverslaving: vroeg of laat was ik toch wel voor de bijl gegaan want ik heb nou eenmaal een goeie neus voor idiote beslissingen. In mijn vriendenkring bijvoorbeeld waren al een paar stoere knullen die rookten, als onmisbare aanvulling op hun ontluikende ...

Helpdesk

Als mijn broer Jules niet te bereiken is belt mijn 82-jarige moeder mij op als er iets mis gaat in haar digitale huishouden. Ze mag dan een vitale tachtiger zijn: de wonderen der computer ontaarden steevast in wilde paniek bij mijn arme moeke als het niet naar haar zin functioneert. Nou is Jules een echte vakman als het gaat om Microsoft Windows en het daaraan verbonden PC universum. Helaas voor mij en mijn ma is hij een weekje naar het zonnige Nice en de dekking daar schijnt extreem slecht te zijn en is daardoor helaas niet bereikbaar, zo verzekert hij mij. Mijn moeders' beeldmerk Als vervelende Apple-snob zijnde probeer ik in het dagelijks leven zo ver mogelijk uit de buurt te blijven van Windows (Satan’s Eigen Besturingsysteem) maar het zet mij wel op achterstand als ze uit pure armoede dan maar Vincenzo’s Helpdesk belt. Natuurlijk wil ik niet lullig doen want moeders zit toch maar mooi achter de computer en dat kunnen veel van haar generatiegenoten niet zeggen. Bovendie...